Dames Lacrosse

Bij dameslacrosse bestaat een team in Nederland uit 12 veldspelers: 3 aanvallers, 5 middenvelders, 3 verdedigers en 1 goalie. Daarnaast mag er onbeperkt gewisseld worden tijdens het spel.

De regels en het spel zijn compleet verschillend van herenlacrosse. In tegenstelling tot de heren- is dameslacrosse een non-contact sport. Dameslacrosse wordt vaak vergeleken met hockey, maar waar bij hockey de bal over de grond gaat wordt deze bij lacrosse door de lucht verplaatst.

Het doel van het spel is om met de lacrossestick een bal in het doel van de tegenpartij te gooien. Met de stick mag worden gegooid, gevangen, gerend en de bal van de grond worden geschept. Daarnaast wordt de stick in de verdediging gebruikt om de bal tegen te houden of om de tegenpartij te 'checken'. Checken gebeurt door met de stick te slaan op de bovenkant van de stick van de tegenstander met de bal.

Materialen

De stick bestaat uit een aluminium stok ('shaft'), een 'head' (plastic rand om het netje) en het netje zelf. De head van de lacrossestick is gemaakt van kunststof, waarin een netje van leren touwtjes is vast geweven. Een groot verschil tussen heren- en dameslacrosse is de diepte van het netje, ook wel de pocket genoemd. Bij dameslacrosse is de pocket ondieper, wat voor een technisch spel zorgt, doordat de bal sneller uit de stick valt dan bij de heren.

Regels

Zoals kort genoemd is dameslacrosse een non-contact sport. In de praktijk is er wel lichamelijk contact toegestaan, zij het gecontroleerd en in veel mindere mate dan bij de heren. Een andere belangrijke regel is dat verdedigers zich slechts een aantal seconden in het belangrijkste scoringsgebied voor het doel mogen bevinden als ze niet dicht bij hun aanvaller zijn gepositioneerd, hierdoor speelt snelheid een grote rol.

Uitrusting

Bij het spelen van een wedstrijd is alleen het dragen van een gebitsbeschermer (bitje) verplicht. Daarnaast kan een speler ervoor kiezen om een oogbeschermend masker te dragen en/of met handschoentjes te spelen.

Het veld

De belijning van een dameslacrosseveld is verschillend dan die van de heren.

De belangrijkste lijnen zijn de 'crease': een cirkel met een diameter van 6 meter waarin het doel staat. In de crease mag alleen de goalie staan. Geen enkele andere speler of stick mag in de crease komen.

Daarnaast zijn er restraining lines: deze twee lijnen staan 27 meter in het veld vanaf elke achterlijn. Van elk team moeten telkens vier spelers achter één van deze lijnen blijven (afhankelijk van de aanval of verdediging). Bij dameslacrosse bestaat er door deze lijnen een soort buitenspelregel (offside).

Een ander belangrijk gebied is het scoringsgebied. Dit gebied heeft de vorm van een waaier die voor het doel ligt. In dit gebied genaamd de 'fan', mogen verdedigers zich zonder aanvaller slechts 3 seconden bevinden. Hierdoor bestaat er de mogelijkheid voor de speler met de bal om vrij te komen voor de goal, door alleen haar eigen verdediger af te schudden.